Genesis 03:06 De begeerte van het vlees

Betreft: Gn.3: 6 in vergelijking met 1Jh.2: 16

Vraag:

Wat hebben deze beide schriftplaatsen met elkaar te maken?

Antwoord:

De begeerte van het vlees betreft het voldoen aan lichamelijke behoeften buiten het daarvoor door God gestelde terrein of met overschrijding van door God gegeven grenzen. Voorbeeld: sexueel verkeer is een gave van God en op zichzelf niet zondig, maar het hoort thuis op het terrein van het huwelijk. Eten is een normale bezigheid, maar als het eten ons beheerst en van Gods weg afvoert (denk aan Izaäk die zo van wildbraad hield, dat hij Ezau boven Jakob wilde stellen) dan is er sprake van begeerte van het vlees. Denk hierbij ook aan alcoholisme e.d. Zo was de begeerte om van de vrucht te eten, die God verboden had ook een begeerte van het vlees.

De begeerte van de ogen wordt opgewekt door dat wat het oog ziet en waardoor de mens zo gevangen wordt, dat hij van God afwijkt. Wat het oog ziet, kan de bezitsdrang opwekken, waarbij niet meer gevraagd wordt of men het wel mag begeren om te bezitten. Denk aan het woord van de Heer: ‘Wie een vrouw aanziet, etc.’.

De derde begeerte is die van een hovaardig leven. Men wil rijkdom of eer om zich daarop te verheffen. Zelfverheffing, hoogmoed, e.d. is in het spel.

Deze drie begeerten zien we in Gn.3: 6 naar voren komen. De vrucht was goed om te eten en wekte bij Eva de behoefte op om er ‘de tanden in te zetten’, maar … God had het verboden. Eva had de gedachte om ervan te eten meteen moeten oordelen. Ze deed dat niet en liet zich leiden door de begeerte van het vlees. De vrucht was een lust voor de ogen. Het oog werd erdoor gestreeld en de lust om hem toch voor zich te nemen werd opgewekt. In de derde plaats was de vrucht begeerlijk om verstandig te maken. De wens om als God te zijn werd opgewekt en de mens wilde daaraan voldoen door te eten en deed dat ook werkelijk. Er was dus als derde ook hoogmoed in het spel.

Jaapfijnvandraat.nl maakt gebruik van cookies