Mattheüs 04 Geen echte verzoeking

Betreft: Mt. 4 in licht van Hb. 4: 15

Vraag:

Was de verzoeking voor de Heer Jezus dan geen echte verzoeking als Hij niet kon zondigen?

Antwoord:

De Heer Jezus kon in dezelfde zin niet zondigen als Gods niet liegen kan. Zondigen ging in tegen de natuur, tegen het wezen van Christus. Natuurlijk was Christus wel ‘objectief’ in de gelegenheid om het te doen. De kans werd Hem aangeboden.

Hij werd niet – om zo te zeggen – door God tegengehouden. Maar ‘subjectief’ gezien was het voor hem een onmogelijkheid om te zondigen.

Maar wat was dan de zin van de verzoeking in de woestijn? Je kunt dat goed vergelijken met een examen. Het examen is voor sommige leerlingen een test of ze er door komen of niet. Het examen moet het uitwijzen. Voor andere leerlingen is het niet in die zin een test. Dat ze slagen staat bij voorbaat al vast. De leraren weten dat, want ze kennen hun leerlingen.

Zo is het nu ook bij de verzoeking van Christus. Het belang ervan was niet de vraag of Jezus zondigen zou of niet. Voor Satan was dat wel een vraag, maar voor God en voor Christus niet. Het doel van de verzoeking was te laten zien hoe volmaakt in wezen en in toewijding Christus was.

Jaapfijnvandraat.nl maakt gebruik van cookies