Mattheüs 25:31 Schapen

Betreft: Mt. 25: 31-46 en Ef. 2: 8,9

Vraag:

Zijn deze gedeelten niet met elkaar in strijd. Uit Mt 25 volgt toch dat deze ‘ schapen’ behouden worden op grond van werken en in Ef.2 staat, dat we niet op grond van werken, maar op grond van geloof behouden worden.?!

Antwoord:

Eenzelfde tegenstelling merken we op tussen Ef. 2: 8,9 en Jh. 5: 29. Dit zijn echter slechts schijnbare tegenstrijdigheden. Ten eerste moeten we eraan denken, dat Mt 25 en Jh. 5 niet handelen over de grondslag van de behoudenis. Dat is in Ef.2: 8,8 en bijv. Rm.3: 21-4: 8 wel het geval. Daar wordt de leer van het heil behandeld. In Jh. 5 en Mt. 25 wordt alleen een feit meegedeeld, namelijk dat mensen die dit of dat gedaan hebben behouden worden. Er staat echter niet dat hun daden de grondslag van hun behoud vormen.

De oplossing is deze: hun daden laten zien dat ze waarachtige gelovigen zijn. Dat wordt niet met zoveel woorden gezegd, maar dat zit er onlosmakelijk aan vast. Je kunt namelijk alleen iets goeds doen als het uit geloof gedaan wordt.

We hebben hier hetzelfde als met Jk.2. Ogenschijnlijk lijkt het alsof Jakobus leert dat iemand behouden wordt door zijn werken, maar dat doet hij niet. Hij betoogt dat geloof uit werken blijken moet. Welnu, het geloof van de ‘schapen’ en van ‘hen die het goede gedaan hebben’ blijkt uit hun werken. Dat geloof is de grond, de werken bewijzen dat er geloof is, dat hoeft niet gezegd te worden.

Jaapfijnvandraat.nl maakt gebruik van cookies