Ned. Geloofsbelijdenis – Artikel 15

Betreft: Artikel 15 van de Ned. Geloofsbelijdenis

Vraag:

In dit artikel is sprake van de dwaalleer van de Pelagianen. Wie waren dat en in welke tijd leefden zij?

Antwoord:

Pelagianen zijn navolgers van Pelagius, die geboren werd in 354 n.Chr. (dat is ook het geboortejaar van de kerkvader Augustinus). Hij was van Angelsaksische of Ierse afkomst. Hij werd monnik en kwam in het begin van de jaren 400 naar Rome. Hij schreef diverse boeken waarin hij zijn ideeën neerlegde. Deze zijn:

  • de mens is sterfelijk door God geschapen;
  • niet de lichamelijke, tijdelijke dood is de straf op de zonde, maar alleen de eeuwige dood;
  • de val van Adam heeft niets aan het wezen van de menselijke natuur veranderd en heeft ook voor zijn nakomelingen geen nadelige gevolgen (hij loochende dus de’erfzonde’, de zondige natuur van de mens. Ieder mens wordt precies zo geboren als Adam werd geschapen: zonder zonde en zonder deugd.
  • de mens heeft een vrije wil om te kiezen tussen goed en kwaad
  • Gods genade helpt de mens wel om zijn gelukzalige bestemming te bereiken, maar ze is daartoe niet beslist noodzakelijk.
  • Die genade moeten we ons waardig maken. Zoals we navolgers worden van de zondige Adam, zo moeten we navolgers zijn van Christus in het goede.

De leer van de rechtvaardiging enkel door genade en uit geloof op grond van het verlossingswerk van Christus werd door Pelagius dus geloochend.

Op verschillende concilies is de leer van Pelagius veroordeeld. In Gallië ontstond echter een stroming, die wel de genade van God nodig achtte, maar die tevens de leer van de vrije wil van de mens handhaafde. De aanhangers van deze leer noemen we semi-pelagianen en dit semi-pelagianisme is in feite de leer van de Roomskatholieke kerk.
Kort gezegd: volgens Augustinus was de mens door de zonde dood, volgens Pelagus nog gezond en volgens de Semi-pelagianen was hij slechts ziek.

Jaapfijnvandraat.nl maakt gebruik van cookies