Ongeloof is zinloos

Een vrij geleerd man, die goed nadacht, zei eens: “Jarenlang heb ik alle boeken gelezen die ik maar kon vinden die de christelijke godsdienst aanvielen. Ik zou een ongelovige geworden zijn als niet drie dingen mij daarvan afgehouden hadden.”

Het eerste is dat ik een mens ben die ergens naar op weg is. Vanavond ben ik dichter bij mijn graf dan gisteravond. Ik heb alle boeken gelezen die me in verband daarmee iets zinnigs konden vertellen, maar in geen enkel van die geschriften vond ik een straal van licht. Ze wilden de enige gids wegnemen en lieten me stekeblind.

Ten tweede: Ik had een moeder en ik zag haar de duisternis van de dood tegemoet gaan waarnaar ik nu ook op weg ben. Ze leunde op een onzichtbare arm even rustig als een kind dat gaat slapen in de armen van zijn moeder. Ik weet dat dat geen droom was, maar realiteit.

Ten derde: Ik heb drie dochters. Hun moeder leeft niet meer. Ze zijn volledig op mij aangewezen. Ik kan ze onmogelijk laten leven in deze rottige wereld als het evangelie er niet was.

Tot zover het getuigenis van deze man. Nog een ander geval. Een christen in Londen had een ontmoeting met een ongelovige die wilde dat alle kerken uit het land verwijderd werden, te beginnen met de kerk van Spurgeon: De christen reageerde met: “En wie van de ongelovigen waartoe u behoort neemt dan de verantwoordelijkheid voor de weeshuizen van Spurgeon?” De stilte die volgde op deze opmerking sprak boekdelen.

Jaapfijnvandraat.nl maakt gebruik van cookies