Schepping van de satan en de hel

Vraag:

(1) Heeft God ook de hel en de duivel geschapen?
(2) Zo ja, wanneer is dat gebeurd? Waarom heeft God de duivel geschapen? Als die er niet was geweest zag de wereld er toch heel anders uit?
(3) Is Satan ook verleid, zo niet, hoe werd hij dan de tegenstander van God.
(4) Waarom is er voor satan en zijn engelen geen vergeving en voor gevallen mensen wel?
(5) Kunnen er nog wel eens engelen van God afvallen?

Antwoord:

Alles is door God geschapen
Er is niets in het hele heelal, dat niet door God en door Jezus Christus geschapen is. Jh 1:1-5 spreekt daar heel uitdrukkelijk over. Van de hel staat in Mt 25: 41 dat die voor de duivel en zijn engelen bereid is. Dat wil zeggen dat God die plaats voor hen bereid heeft en dus ook dat Hij de hel geschapen heeft.
De duivel is natuurlijk niet als duivel geschapen, maar als een van de engelen, die God dienden. Hij is echter in opstand gekomen.

Wanneer is de Satan geschapen?
Uit de schrift volgt, dat satan een geestelijk wezen is en hij dus hoort tot de engelenwereld. Nu weten we over het tijdstip van de schepping van de engelen niets met absolute zekerheid, maar die schepping is aan de schepping van de aarde voorafgegaan, want we lezen in Jh 38: 4-7 dat toen God de aarde ‘grondvestte’ (we hebben hier met poëzie te maken) de morgensterren (dat zijn de engelen) juichten (Zie voor de term ‘zonen Gods’ Jb 1: 6, 7 en 2:1).
Het is mogelijk dat de schepping van de engelen samengevallen is met de schepping van de hemel, waarover Gn 1:1 spreekt. De term hemel kan daar echter ook een beperkte betekenis hebben, waarbij ‘hemel en aarde’ slaat op het heelal.

Val van Satan
In het O.T.dienen sommige personen als voorafschaduwingen, schaduwbeelden of typen van de Heer Jezus (Adam: Rm 5: 14; Melchizedek: Gn 14; Hb 5 en 7; Salomo: 2 Sm 7:14; Hb 1: 5). De vraag dringt zich dan op of er ook schaduwbeelden van satan zijn. Anders gezegd: zijn er ook personen door wie de val van satan en zijn uiteindelijk oordeel typologisch wordt voorgesteld? Er zijn uitleggers die daarvan overtuigd zijn en zij wijzen op Js 14 en Ez 28.

In Js 14: 12, 13 wordt de val van de koning van Babel (zie vs. 4) beschreven. Verschillende uitleggers menen dat de val van de koning van Babel model staat voor die van satan en hier dus ook de val van satan wordt vermeld. De bewoordingen gaan namelijk veel verder dan dat ze in volle zin van de koning van Babel zouden gelden. Hetzelfde gaat op voor de beschrijving van de val van de koning van Tyrus in Ez 28:12-15.

Gaan we van de juistheid van deze veronderstelling uit dan is satan dus een engel geweest, die een hoge plaats boven de andere engelen bekleedde. Hij is echter hoogmoedig geworden en wilde God gelijk zijn. De veronderstelling dat satan door hoogmoed gevallen is, wordt bevestigd door wat we lezen in 1 Tm 3:6. Het woord dat daar door ‘oordeel’ is weergegeven is het Griekse woord ‘krima’ en dat betekent: beschuldiging’ of ‘veroordeling’. Zo iemand valt dus in dezelfde fout als de satan. Terugredenerend kunnen we dus zeggen dat de zonde van satan bestond in hoogmoed.

Wanneer viel Satan?
De vraag is nu wanneer deze val heeft plaats gevonden. Er zijn uitleggers die denken aan de tijd die ligt tussen Gn 1:1 en Gn 1: 2. Zij menen dat de duisternis waarover vers 2 spreekt, het gevolg van een oordeel is. Dat mede omdat duisternis in de bijbel altijd een negatieve betekenis heeft. Anderen denken dat de val plaatsvond toen God de mens schiep. Hoe dat ook zij, de val van satan moet plaatsgevonden hebben voordat God de mens in de hof van Eden plaatste. De naam van de boom van kennis van goed en kwaad wijst daarop als ook de opdracht die de mens kreeg om de hof niet alleen te bebouwen, maar ook te bewaren. Er lag dus gevaar op de loer.

Werd Satan verleid?
Als we in de koning van Babel en die van Tyrus een beeld van Satan mogen zien, dan volgt uit de beschrijving in Js 14 en Ez 28 dat Satan zeer goed geschapen is. Uiteindelijk was alles wat God schiep goed, ja zeer goed (Gn 1: 31). We kunnen wel aannemen dat hij niet verleid is door een hogere macht. Als er tussen satan en God een hogere macht (engel) zou hebben gestaan (wat niet aannemelijk is), die de satan verleid heeft, dan zou die op zijn beurt ook gevallen moeten zijn en zitten we met de vraag hoe dat dan gebeurd is. Zo komen we tenslotte bij de hoogste macht, bij God uit en van God weten we dat Hij niemand verleidt (Jk 1:13). Satan is dus vanuit zijn eigen denken en streven verleid en ten val gekomen. En nogmaals als we Js 14 en Ez 28 op zijn val mogen toepassen dan vindt deze gedachte steun in de bewoordingen die we daar vinden.

Waarom moest de duivel vallen?
Zoals gezegd heeft God de duivel niet als duivel geschapen, maar als een verheven engel met de bedoeling dat die engel hem zou dienen. Alles wat God schiep moest dienen tot de eer van God.Het is dan ook de vraag of het woord ‘moest’ hier op zijn plaats is. Het wekt de gedachte alsof God wilde dat satan viel en dat is een aanvechtbare gedachte. We moeten het gewoon bij de constatering laten dat de verheven engel, die satan voor zijn val was, duivel is geworden. Natuurlijk is daarmee het probleem niet opgelost, want dan volgt de vraag waarom God zijn val dan niet heeft verhinderd. Hetzelfde geldt natuurlijk van de zondeval van de mens. We kunnen hierop niet een afdoend antwoord geven, maar een zekere toelichting is wel mogelijk. God heeft geen robotten geschapen, maar wezens (engelen, mensen) die Hem vrijwillig zouden dienen. Dat houdt in dat zulke wezens ook een andere beslissing konden nemen en dat is helaas gebeurd.

Een ander aspect is, dat daardoor twee dingen van God in het licht gesteld worden. Ten eerste zijn liefde, want voor verloren mensen heeft God zijn Zoon gegeven. Dat had niet zo openbaar geworden als er geen val was geweest. Ten tweede zijn heiligheid en gerechtigheid. Die komt openbaar in het oordeel over de satan en over allen die hem blijven volgen. Uiteindelijk dient alles tot Gods eer, ook al begrijpen wij niet waarom het langs die weg moet gaan. Er zijn nu eenmaal dingen die wij niet kunnen begrijpen en die we moeten laten op het terrein van Gods soevereiniteit

Geen heil voor satan
Er staat in Mt 25: 41 dat het eeuwige vuur bereid is voor de duivel en zijn engelen. Dat houdt in dat het lot van satan en de gevallen engelen vaststaat. Waarom dat zo is staat nergens met zoveel woorden in de Bijbel. We kunnen er alleen maar naar gissen. Een verklaring kan zijn, dat satan en zijn engelen in de heerlijkheid bij God verkeerd hebben. Ze hoefden niet te geloven in wat ze niet zagen. Ze leefden in de heerlijkheid in de hemelse gewesten en dat maakte Satan..val, bestemming, etc. hen veel verantwoordelijker dan de mens, die met zo’n heerlijkheid niet geconfronteerd was. Bovendien was de val van satan en zijn engelen een zaak van directe rebellie tegen God. Dat kan dus de reden zijn waarom er geen bekering voor hen mogelijk is.

Nog eens afval van engelen
Theoretisch gesproken zou dat natuurlijk mogelijk zijn. We hebben echter geen enkele aanwijzing dat zoiets nog eens gebeuren zal. In ieder geval is er voor de gelovigen geen nieuwe afval mogelijk omdat zij het nieuwe leven straks in volmaaktheid bezitten en dat nieuwe leven kan volgens 1 Jh. niet zondigen.

Jaapfijnvandraat.nl maakt gebruik van cookies