Wet – betekenis

Vraag:

Wat moeten we onder ‘wet’ verstaan?

Antwoord:

Dat hangt er vanaf in welk verband dat woord gebruikt wordt. We kunnen dat het beste duidelijk maken aan de hand van Rm 7

a. met ‘de wet’ kan bedoeld zijn het geheel van voorschriften aan Mozes gegeven met als kern de tien geboden. In Dt 4: 8 wordt aan het totaal van alle inzettingen gedacht. In Hd 7: 53 en Rm 7: 7 (zie ook Gl 3:19) wordt meer speciaal aan de wet van de tien geboden op de stenen tafelen gegraveerd, gedacht.

b. ‘de wet’ kan slaan op het geheel van de vijf boeken van Mozes (zie Ea 7: 6) Heel duidelijk is dat het geval in Gl 4: 21-31. Paulus spreekt in dat gedeelte over ‘de wet’ en haalt dan de geschiedenis van Abraham met Hagar en Sara aan. Welnu, die geschiedenis staat in het boek Genesis, het eerste van de vijf boeken van Mozes.
Wanneer in het nieuwe testament sprake is van:
‘de wet of de profeten’ Mt 5:17; Lk 16:16
‘de wet van Mozes, de profeten en psalmen’ Lk 24:44 vgl.:27
‘Mozes en de profeten’ Lk 16: 29, 31 dan wordt met ‘de wet’ of met ‘Mozes’ eveneens gedoeld op de Pentateuch ofwel de vijf boeken van Mozes, in het Hebreeuws ‘de Torah’.

c. Soms wordt aan het woord ‘wet’ een nog bredere betekenis gegeven. Zo wordt in Jh 10: 34 een woord uit de Psalmen (Ps 82: 6) ook als een woord uit de wet beschouwd. Misschien wordt in bepaalde gevallen met ‘de wet’ wel het hele O.T. bedoeld.

d. met het woord ‘wet’ kan echter ook gedoeld worden op een wetmatigheid of regel. Dat is het geval in Rm 7: 21. De persoon die daar spreekt vindt deze regel, deze wetmatigheid in zich, dat als hij het goede wil doen, het kwade de kop opsteekt. Zo ook is ‘de andere wet’ van vers 23 een wetmatigheid, een regel, die strijd voert met de regel waar zijn gemoed naar streeft, namelijk om de wet van God (vs 22) te houden. Ook in vers 23 b wordt met ‘de wet der zonde’ gedoeld op een wetmatigheid, die de persoon in zich opmerkt, namelijk dat de zonde hem beheerst. Zo wordt eveneens in Rm 8: 2 met ‘de wet van de Geest des levens’ gedoeld op een vast beginsel, een vaste regel. Ook op het natuurlijk vlak spreken we van wetten in de zin van vaste regels. Denk maar aan de natuurwetten zoals de wet van de zwaartekracht.

e.Vervolgens is er in de bijbel sprake van rijkswetten, denk maar aan de wetten van de Meden en Perzen.

f. In Rm 7:1 wordt heel in het algemeen over ‘wet’ gesproken. Het N.B.G. heeft hier: ‘ik spreek immers tot wie de wet kennen’ en dan zou je kunnen denken aan de wet van Mozes, maar dat is de bedoeling niet. Er staat namelijk letterlijk: ‘ik spreek tot hen die weten wat wet is’. Het gaat dus om het begrip ‘wet’. Dat begrip (en dat geldt dus voor elke wet) houdt in, dat een wet (welke dan ook) heerschappij voert over een mens zolang hij leeft. Over gestorven mensen heeft een wet geen zeggenschap.

In Rm 7: 22 zouden we kunnen denken aan het totaal van alle wetten, die Mozes gegeven heeft, maar waarschijnlijker zullen de vijf boeken van Mozes ofwel de Torah bedoeld zijn.

Met ‘onder de wet’ wordt gedoeld op de Joden. Zij hadden de wet. Met ‘zonder wet’ wordt gedacht aan de mensen vóór de wetgeving op de Sinaï en aan de heidenen in de tijd na de wetgeving op de Sinaï. ‘Buiten de wet’ betekent buiten de wet om. Dus: niet via de wet. Dat kan ook met ‘zonder wet’ weergegeven worden.

Jaapfijnvandraat.nl maakt gebruik van cookies