Snel zoeken:
128 Flitsen uit het MattheŁsevangelie Mt 17:09-13 > nr. 623

Elia moet eerst komen

Op de berg van de verheerlijking hebben de discipelen de heerlijkheid van het toekomstig koninkrijk gezien. Naar dat koninkrijk zagen ze uit. Ze geloofden dat Jezus Christus het zou oprichten. Ze zaten echter met een probleem. De geestelijke leiders van IsraŽl, de schriftgeleerden, hadden hun onderwezen dat eerst Elia terug moest komen vůůr het rijk van vrede en gerechtigheid op aarde gevestigd zou kunnen worden. Hadden die nu gelijk of niet en wie is die Elia dan?

De Heer vertelt zijn discipelen dan dat de schriftgeleerden gelijk hebben, maar tevens laat Hij zien dat diezelfde schriftgeleerden geen oog hebben voor wat God in hun eigen dagen werkte. Inderdaad zal Elia komen en alles herstellen. Elia is de grote profeet van herstel. Hij trad op tijdens 'n dieptepunt van IsraŽls geschiedenis. Wil 't koninkrijk komen, dan moet er een Elia opstaan, die het volk zijn afwijking voorhoudt en het oproept tot bekering. Dat was duidelijk voorzegd door de profeten: "Zie, ik zend u de profeet Elia voordat de grote en geduchte dag des Heren komt. Hij zal het hart van de vaderen terugvoeren tot de kinderen en het hart der kinderen tot hun vaderen, opdat Ik niet kome en het land treffe met de ban"( Maleachi. 4 : 5, 6).

Met die profetie sloot 't laatste bijbelboek van het oude testament. Dat was het laatste woord van God tot zijn volk. De schriftgeleerden hadden dus gelijk. Maar...... de Heiland voegt er iets aan toe, namelijk: "Maar Ik zeg u dat Elia reeds gekomen is, en zij hebben hem niet erkend, maar met hem gedaan wat ze al wilden."
Met andere woorden: er is al een vervulling van deze profetie geweest. Hoe dan? Wie was die Elia? De discipelen begrijpen het. Ineens wordt het hun duidelijk: dat is Johannes de Doper geweest. Johannes de Doper, van wie de engel heeft gezegd: "En velen der kinderen IsraŽls zal hij bekeren tot de Here, hun God. En hij zal voor zijn aangezicht uitgaan in de geest en de kracht van Elia, om de harten van de vaderen te keren tot de kinderen en de ongehoorzamen tot de gezindheid der rechtvaardigen, ten einde de Here een weltoegerust volk te bereiden"(Lukas 1 : 16, 17).
IsraŽl heeft echter Johannes de Doper niet geloofd. Zij hebben met hem gedaan alles wat ze wilden. De schriftgeleerden hebben ondanks hun schriftkennis niet opgemerkt dat in Johannes de Doper de profetie van Maleachi werd vervuld. Wat dat betreft hadden ze ongelijk.

Het koninkrijk uitgesteld
IsraŽl liet zich niet klaarmaken voor het koninkrijk. Daarom kon het koninkrijk niet opgericht worden, hoewel het in de persoon van Jezus Christus onder hen aanwezig was. Niet alleen Johannes verwierpen ze, ze zouden ook de Zoon des mensen verwerpen. Het koninkrijk werd dan ook uitgesteld, maar dat betekent geen afstel. Daardoor ging Gods raadsbesluit in vervulling, dat de Messias niet alleen een licht voor IsraŽl zou zijn, maar ook voor de volken. Hij zegt dan: "Het is te gering, dat gij Mij tot een knecht zoudt zijn om de stammen van Jacob weder op te richten en de bewaarden van IsraŽl terug te brengen: Ik stel u tot een licht der volken, opdat mijn heil reike tot het einde der aarde" ( Jesaja 49 : 6, vergelijk Handelingen 13:47).

Wat een wondervolle God. Die de ongehoorzaamheid van zijn volk doet uitlopen op heil voor de hele aarde.

Zo leven u en ik dan in de tijd dat God de volken bezoekt. Het heil wordt nu aan ons aangeboden. Let wel, niet met uitschakeling van IsraŽl. Het rijk komt en IsraŽl zal het centrumvolk van het koninkrijk zijn. Gods beloften falen niet, Hij vergeestelijkt ze ook niet, zoals helaas de "Kerk" dat heeft gedaan.
Nu is het de tijd dat God uit de volken een volk voor zijn naam vergadert. Degenen die zich bekeren uit de heidenen, zullen delen in het koninkrijk, maar ook IsraŽl zal hersteld worden. Dat volk moet worden teruggebracht tot de Here, hun God. Om dat te bewerken zal de profetie van Maleachi nog eens worden vervuld. Opnieuw zal God voor IsraŽl Elia zenden, die de weg van de koning bereiden zal. Voor IsraŽl betekent dat, dat het door de Grote Verdrukking heen gelouterd zal worden en klaargemaakt om uit te zien naar Hem, die ze doorstoken hebben. Terwijl de nood op het hoogst is en de Elia van de toekomst zijn dienst onder het volk heeft verricht, zal de Zoon des Mensen verschijnen en "zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die vůůr Jeruzalem ligt aan de oostzijde" ( Zacharia. 14 : 4). Zo zal het koninkrijk worden opgericht.
De Verlosser voor IsraŽl komt dan echter niet alleen. We lezen: "En de Here mijn God zal komen, alle heiligen met Hem" (Zacharia. 14 : 5b). Allen die zich nķ , uit de volken maar ook uit de Joden, tot God bekeren en in het geloof Jezus Christus aannemen, zullen tot die heiligen behoren.
't Woord van God zegt namelijk dat, als we met Christus lijden, we ook met Hem zullen heersen. Ieder die zich nu tot God bekeert, krijgt deel aan het toekomstig koninkrijk, en niet als onderdaan, maar als mederegeerder. Wat een voorrecht om in zo'n tijd van genade te leven. Maar ook.... wat een verantwoordelijkheid. Want: "Hoe zullen we ontkomen indien we geen ernst maken met zulk een heil, dat allereerst verkondigd is door de Here en door hen die het gehoord hebben" ( HebreeŽn. 2 : 3).