Snel zoeken:
468 jrg 145, 06-2002 Op stap door het eerste boek van SamuŽl 13 (3:11-18)

1-SamuŽl 3:11
DE WAARHEID KLINKT SCHEL 1Sm 3:11-18

Tuitende oren

SamuŽl heeft de aanwijzing van Eli opgevolgd. Toen God hem voor de derde keer riep, zei hij eenvoudig: ĎSpreek , want uw knecht hoortí. Hij krijgt daarop een boodschap te horen waarvan de Heer zegt dat als de mensen ervan horen hun de beide oren zullen tuiten. In Friesland kent men het gezegde dat vertaald luidt: ďDe waarheid klinkt schelĒ.

De waarheid komt soms hard over bij de luisteraars.

Het betekent niet dat wij de boodschap dan nog maar eens wat harder, wat scheller moeten laten klinken door met stemverheffing, met een gezicht van zeven dagen onweer en met aangedikte termen, te spreken. Anderzijds moeten we de waarheid niet verbloemen als het tijd is om te spreken.

Je zult zoín boodschap maar moeten brengen
De boodschap die SamuŽl te horen krijgt, liegt er niet om. God zal een gericht brengen over het huis van Eli, vanwege het kwaad dat zijn zonen deden en waartegen hij niet is opgetreden. Als SamuŽl deze woorden gehoord heeft, ziet hij er tegen op om Eli het gezicht mee te delen. Er zijn soms mensen die het een plezier vinden een ander met snijdende woorden om de oren te slaan. Zo in de zin van:íHet is ook je eigen schuld, had je maar........, enzí. Zo is SamuŽl niet. Ten eerste is hij veel jonger dan Eli en is hij in een positie van onderdanigheid geplaatst. Ik denk echter dat het ook niet in de aard van deze jonge dienstknecht van de Heer lag zo op te treden. Wat dat betreft kunnen we een voorbeeld aan hem nemen. Bij het overbrengen van moeilijke boodschappen zullen we de nodige tact in acht moeten nemen.

Verberg niets
Als SamuŽl bij Eli komt, maakt deze het hem gelukkig gemakkelijk om de boodschap van God over te brengen. Eli is niet onverschillig zodat hij zich over de boodschap die God voor SamuŽl had niet bekommeren zou. Hij wil die horen ook al gaat hij er kennelijk vanuit dat het woord van de Heer niet zo prettig zal zijn. Hij heeft immers zelf al eerder een bestraffende boodschap van God ontvangen (zie 2:27-36). Hij bezweert SamuŽl dan ook om precies te vertellen wat God gezegd heeft en er niets van achter te houden. Dat is toch een trekje bij Eli dat we kunnen waarderen. Daarop vertelt SamuŽl precies wat God gezegd heeft.

Aanvaarding
Als SamuŽl de boodschap van God heeft meegedeeld, zegt Eli: ď
ĎHij is de Here, Hij doe wat goed is in zijn ogení. Ik zou deze woorden niet als een berusting in een noodlot willen opvatten, maar als een aanvaarding van wat terecht is en een onderwerping aan Gods wil. Dat neemt niet weg, dat Eli ons een droevig beeld laat zien van een dienstknecht van de Heer. We zullen er goed aan doen hem als een waarschuwend voorbeeld te beschouwen. Dat wil niet zeggen dat we ons boven hem verheffen, want in onszelf zijn we geen haar beter dan hij. In zijn leven zien we echter dat God niet met zich laat spotten. We vergeten dat helaas maar al te vaak!!