Snel zoeken:
Vrouwen als Sara en Rebekka hebben blijkens Gen. 24 sieraden gedragen

1-Petrus 3:7
Betreft: 1 Petr. 3:5; 1 Tim. 2:9

Vraag: Vrouwen als Sara en Rebekka hebben blijkens Gen. 24 sieraden gedragen. Maar dat is toch niet een bewijs dat het dragen van sieraden niet verboden is? Abraham deed immers toch ook heel verkeerde dingen, die wij niet mogen navolgen?

Antwoord:
De eerste kwestie waar het om gaat is of we uit 1 Petr. 3:5 en 1 Tim. 2:9 moeten afleiden dat een vrouw totaal geen sieraden mag dragen en het haar niet mag vlechten. Anders gezegd: gaat het om een absoluut verbod of om een aanwijzing dat een vrouw niet in de uiterlijke dingen haar versiering moet zoeken.
Het laatste lijkt het meest aannemelijk want er is in 1 Tim. 2:9 sprake van zich tooien in waardige kleding met bescheidenheid en ingetogenheid. De apostel keert zich dus tegen een geest die het zoekt in opsmuk om op te vallen. Vlechten in het haar zijn op zichzelf geen overdadige opsmuk en een ringetje of broche op zichzelf zijn dat ook niet, maar als je de vlechten volstopt met goud en parels (die worden er in één adem mee genoemd in 1 Tim. 2) worden ze dat wel.
Een tweede punt is of je deze opvatting mede kunt steunen met het argument dat Sara, Rebekka en andere vrouwen kennelijk sierraden hebben gedragen. Wel, als 1 Petr. 3 niet het voorbeeld aangevoerd had van 'de heilige vrouwen' en dan met name Sara, dan had een dergelijk argument geen zin, want de oudtestamentische heiligen mogen we beslist niet in alles navolgen. Maar nu er juist over hun versiering gesproken wordt, ligt dat anders. Petrus zegt, dat de heilige vrouwen zich versierden met een stille geest, die kostbaar is voor God. Wij weten echter dat ze ook sierraden droegen. Dat laatste blijkt echter het eerste niet in de weg te staan. Als deze vrouwen zich echter met goud en zilver omhangen hadden dan had dat hun geestelijke versiering wel degelijk in de weg gestaan. We kunnen dus uit het voorbeeld afleiden dat het dragen van een sieraad nog niet betekent dat je daar mee op wilt vallen en daar je versiering in zoekt. Als Petrus zich had willen kanten tegen het dragen van elk sieraad dan had hij niet het voorbeeld van deze vrouwen moeten en kunnen aanhalen. Dan zou hij zijn betoog er juist mee ondermijnen.