Snel zoeken:
Het was een verborgenheid, maar dat plan was er toch allang bij God?

Colossenzen 2:26
Betreft: Ko 1: 26 (zie ook Rm 16: 25, 26 en Ef 3: 4-6

Vraag:
Van de verborgenheid waarover Paulus spreekt, kun je toch niet zeggen dat het om een totaal nieuwe zaak gaat? Het was een verborgenheid, maar dat plan was er toch allang bij God?

Antwoord:
In volstrekte zin was het geen nieuwe zaak. Als raadsbesluit van God bestond het namelijk al van vóór de grondlegging van de wereld. Maar wat betreft de bekendmaking aan de mens was het wel een totaal nieuwe zaak.
In Rm 16: 25, 26 staat heel duidelijk dat het in de tijden van de eeuwen verzwegen is geweest, maar nu geopenbaard is. Je kunt niet zeggen dat het wel bekend gemaakt was, maar niet begrepen werd. Nee, het was verzwegen.
Ko 1: 26 zegt eveneens dat het een verborgenheid was die van alle eeuwen en geslachten verborgen is geweest, maar die nu geopenbaard is.
Ef 3: 5 sluit zich daarbij aan met de woorden dat deze verborgenheid voorheen niet bekend gemaakt is.

Maar wat behelst die verborgenheid dan? Het betreft niet het feit dat de mens gerechtvaardigd wordt alleen op grond van geloof. Dat was aan Abraham ook al bekend (Gn 15: 6). Ook niet dat heidenen zouden delen in het behoud. Dat was heel duidelijk door Jesaja aangekondigd (zie Js 49: 6). Daarover hadden de profeten wel gesproken zoals Petrus ook aangeeft (1Pt 1: 10-12). Maar de Joden hadden daarin geen inzicht. Zelfs Petrus had de grootste moeite te aanvaarden dat de heidenen in het heil zouden delen enkel op grond van geloof (zie Hd 10).
Voor een Jood was het wel mogelijk dat heidenen ook behouden werden, maar dan alleen doordat ze proseliet Jood werden en zich lieten dopen en besnijden. Het Oude Testament verkondigt wel het heil voor de heidenen, maar dan altijd als onderdeel van het heil voor de volken.
Het Nieuwe Testament laat zien (o.a. in de brief aan de Romeinen) dat de heidenen geen Jood behoefden te worden om deel te krijgen aan het heil.
Maar er is meer: het Nieuwe Testament onthult dat de bekeerde heiden en de bekeerde Jood één Lichaam vormen waarin het onderscheid tussen Jood en heidenen niet meer bestaat De bijzondere vereniging van Christus met de gelovigen tot één Lichaam waarvan Hij het Hoofd is, dat is het geheimenis dat we in het Oude Testament nergens aantreffen. Wat de verkondiging betreft, was het dus een totaal nieuwe zaak.